
Ida van Dril
Dit seizoen niet in het theater
Over Ida van Dril
In 2005 studeerde Ida van Dil af als theatermaker, en wat wil ze graag spelen! ‘Gewoon lekker speluh!’, zoals een van haar eerste regisseurs ooit zei. Niet in de rij voor een castingbureau of wachten op de volgende auditie. Nee, ‘speluh’ en haar eigen verhaal vertellen. Bij Theater Thot, Van Engelenburg Theaterproducties en Theatra krijg zij die kans.
Vervolgens staat ze tien jaar lang met deze groepen in gymzalen, buurthuizen, klaslokalen, theaters en zelfs in gevangenissen. Een leerzame maar vooral hele gezellige en hilarische tijd. Met heel, heel veel schoolkinderen, soms wat vreemde hotels, veel files en… goede herinneringen. Bij Theatra is Ida van Dril nog steeds af en toe betrokken als regisseur en speler bij de jeugdproducties.
In 2010 ontmoette zij Fred Delfgaauw. Zijn voorstellingen en de manier van poppenspelen sluiten helemaal aan bij haar idee van theater maken. Zij stapt op hem af met de vraag of hij haar wil regisseren en hij zegt meteen ‘ja’.
Goed, dat was niet verwacht en toen moest Ida van Dril wel. Fred regelt een schoolklas en twee weken later laat zij hem, in zijn Theater Peeriscoop, zien wat zij kan. Sindsdien werken ze samen aan verschillende jeugdvoorstellingen: Oma’s Oma, Joris en de Draak, Kodo en De Rattenvanger. Allemaal stuk voor stuk prachtige verhalen, vertelt met poppen en veel humor in een magisch decor. Voorstellingen die allemaal in Nederland en België toeren. En met Joris en de Draak en De Rattenvanger bezoeken we niet alleen theaters maar ook De Parade. Wat een feest!
Daarnaast word Ida van Dril door Fred uitgenodigd om diverse uitstapjes te maken naar het theater voor volwassenen. Een voor tot dan toe onbekend terrein. Daarnaast speelde ze in 2012 zij naast Fred in De Verteller, een boosaardig sprookje voor volwassenen over hebzucht en opportunisme. In die tijd leerde Ida van Dril ook steeds meer van de uitzonderlijke manier van poppenspelen van Studio Peer. Wat deze manier van het werken met poppen zo heerlijk maakt om te doen, is de aanwezigheid van de pop expliciet maken. De pop zal op een zeker moment, altijd weer herkend worden als “maar een pop”, dus wordt duidelijk dat de pop geen eigen mening heeft maar een stem is in het hoofd van de poppenspeler: ‘De pop kan mijn trots zijn, mijn teleurstelling, mijn boosheid, mijn liefde. Worstelingen die een mens, klein of groot, heeft kun je zo zichtbaar en invoelbaar maken’.
Ida van Dril in het theater
Voorstelling
Eerdere programma’s:
- Hamlet
- De Vliegende Hollander
