Cabaretduo Blauwe Vinkjes over een voorstelling maken, breken en weer opbouwen

Interview met Blauwe Vinkjes

Vijf avonden per week razen Kevin van den Berg en Manon Blaauw van cabaretduo Blauwe Vinkjes in een elektrische bolide (“Als je zóveel kilometers maakt moet je iéts doen voor moeder natuur,” aldus Kevin) van theater naar theater; van Breda naar Schiedam, van Amsterdam naar Doetinchem, van Den Hoorn op Texel naar Laren, Veenendaal en weer terug.

De taakverdeling onderweg is inmiddels heilig: Kevin neemt de mails en het nieuws door, Manon serveert het avondeten uit tupperwarebakken die ze eerder die dag heeft geprept – lasagne, hutspot, avg – alles om tussen de soundchecks, files en staande ovaties door nog een beetje ‘voldoende groenten binnen te krijgen’. Want vergis je niet: cabaret maken op dit niveau is topsport. Iedere avond volle bak, iedere nacht laat thuis, en de volgende middag weer door naar de volgende stad om daar opnieuw op de planken te treden met hun bekroonde voorstelling Poeha, waarin ze in razendsnel tempo met hilarische en herkenbare sketches, verbluffende imitaties (!) en aanstekelijke liedjes alledaagse poeha en actualiteiten op de hak nemen.

Jullie maakten in korte tijd furore door de publieksprijs van het Amsterdams Studenten Cabaret Festival te winnen en Cameretten te bereiken als finalist. Sindsdien spelen jullie voor volle zalen met Poeha. Hoe is het om zo snel door te groeien naar een bijna non-stop tourleven?

Manon: ‘Iedereen zei tegen ons: niet stilstaan, blijven ontwikkelen, ga lessen volgen, kilometers maken. Dat hebben we ook gedaan. We zijn gaan koffiedrinken met enkele grote namen uit het vak. Hoe deden zij dat in het begin? Al die voorbereidingen zijn heel goed geweest, maar aan de andere kant was het ook optimistisch qua tijd. Intussen maakten we een heel nieuwe voorstelling en ging het leven door; dierbaren die overleden, mijn vader ging in die periode heel slecht. De druk die volgde was onvermijdelijk.’

Kevin: ‘We zijn ook kritisch. Ons eerste programma was vooral sketch na sketch. Er zat zeker een lijn doorheen, maar het was meer een opeenvolging. We voelden sterk: dit kunnen we blijven doen, we hebben genoeg ideeën, maar we hadden ook behoefte om meer te vertellen. Toen de tweede voorstelling stond en we er kritisch naar keken, was de conclusie dat dat niet was gelukt. Dus hebben we een paar weken geleden besloten de hele show weer op de schop te gooien.’

Manon: ‘Slapeloze nachten had ik ervan, hoor. Soms appten we elkaar om vier uur ‘s nachts. ‘Ben jij ook wakker?’’

Kevin: ‘Het betekent ook afscheid nemen van scènes waarvan je weet dat er hard om gelachen wordt. Maar uiteindelijk wisten we: het kan er alleen maar beter van worden.’

Hoe werken jullie samen als je in roerige tijden privé ook opnieuw je voorstelling moet omgooien?

Manon: ‘De ene keer heb je elkaar nodig en vind je elkaar. Op andere momenten raak je elkaar soms even kwijt.’ Lacht: ‘Ik ben echt een jankbal. Kevin gaat op slot als het heftig wordt. We kennen elkaar al meer dan tien jaar, hebben ook nog een soort kortstondige relatie gehad. Die chemie kun je niet veinzen, maar je moet er wel in blijven investeren, leuke dingen blijven doen. Zo gaan we bijvoorbeeld vaak samen naar het theater.’

Kevin: ‘We moeten blijven zoeken naar verbinding. Dat klinkt misschien wat zalvend, maar onze fundering is ook de chemie op het podium. Onze nieuwe voorstelling gaat over eenzaamheid. Dat hebben we zelf ook ervaren; door de druk waar we allebei in terechtkwamen, verval je toch in je eigen veilige vluchtroutes. Bij mij is dat controledwang, Manon gaat juist zoeken en kan lastig kiezen. Daardoor word je allebei eenzaam in je eigen proces, terwijl je het juist samen doet. Dat hebben we op een gegeven moment ook echt onder ogen gezien. En juist dat besef hebben we weer
meegenomen om dat thema beter in de voorstelling te krijgen.’

Wat maakte dat jullie het thema eenzaamheid als vertrekpunt voor deze voorstelling hebben gekozen?

Kevin: ‘Het thema ‘sociaal contact’ is de drijfkracht van Blauwe Vinkjes; we vinden het zorgelijk dat door de groeiende aanwezigheid van telefoon en social media het echte contact steeds verder verdwijnt. We hebben allebei een haat-liefdeverhouding met sociale media en alles wat daarbij komt kijken. Als ik het niet voor mijn werk zou gebruiken, zou ik het liefst alles weggooien. Alleen heb je wel het gevoel dat je het nodig hebt om zichtbaar te blijven. Als jong cabaretduo moet je aanwezig zijn, laten zien dat je er bent.’

Manon: ‘Uiteindelijk gaat het voor ons over iets groters: de behoefte aan echt contact. Zodoende kwamen we uit op een scène en liedje over zelfscankassa’s, maar er zit ook een enorme musicalact in, een live tv-verslag en een doorgeslagen fan.’

Waar halen jullie de inspiratie voor jullie scènes en liedjes vandaan?

Kevin: ‘Uit dingen die gebeuren in ons leven. Toen een dierbare was overleden, hoorden we soms zúlke rare uitspraken van mensen. Op een condoleance maakten we daar snel een notitie van. Maar ook het nieuws is een inspiratiebron. Iedere dag slaan we de kranten open en zijn we bezig met de vraag: klopt de show nog met wat er nu speelt en kunnen we iets van vandaag erin verwerken? Per voorstelling passen we dat aan.’

Manon: ‘Maar we halen ook inspiratie uit kleine dingen, hoe iemand loopt of een rare stem waar je meteen een heel karakter bij ziet. En sommige dingen ontstaan ook spontaan. Dan komt er ook ruimte voor improvisatie en interactie met het publiek. Vooral Kevin is daar meester in.’

Kevin: ‘Als iemand een glas laat vallen of in de coulisse tien minuten te vroeg met een bosje bloemen aan die folies staat te plukken, dan ben je de mijne.’ Lacht: ‘Dan ga ik zes afslagen nemen.’

Waarin verschillen jullie als makers?

Manon: ‘Kevin is productioneel ontzettend scherp; hij kijkt naar de hele lijn van de voorstelling, brengt structuur aan, is goed in doorlussen en verbanden trekken. Hij ziet niet alleen een nummer, maar ook het kostuum en alles wat nog meer nodig is. Dat is heel volledig, daar kan ik weleens jaloers op zijn.’

Kevin: ‘Manon is veel meer een gevoelsmens dan ik. Dan wil ik scènes beargumenteren, maar kunst, theater is uiteindelijk ook voelen. En als je iets niet voelt, zoals Manon dan weleens zegt, gaat een scène van de baan. Ze is ook vele malen muzikaler dan ik. Maar dat maakt ons complementair; uiteindelijk maken we de voorstelling echt samen.’

Wat maakt jullie als cabaretduo anders dan anderen in dit vak?

Kevin: ‘Wij hebben allebei geen kleinkunstacademie of jarenlange toneelschool gedaan. We hebben iéts, misschien wel die chemie die we niet kunnen veinzen. Dat werd eigenlijk pas echt duidelijk toen we de publieksprijs wonnen en in dezelfde periode in de finale stonden van Cameretten. Natuurlijk zien we ook in alle eerlijkheid dat we nog
volop kunnen leren.’

Manon: ‘Ook al zijn we geen twintigers meer, in dit vak voelen we ons nog steeds relatief jong. Maar we dúrven; in een try-outperiode hebben we een werkvoorstelling gehad met het script nog in de hand. In Amsterdam hebben we een keer voor anderhalve man en een paardenkop gespeeld. Tijdens de show hebben we nog dingen gewijzigd, maar dat maakt het ook spannend, dicht op de huid. Dat is voelbaar voor het publiek. We halen alles eruit wat we er op dit moment uit kunnen halen.’

Jullie zeggen dat dit werk bijna allesoverheersend is. Hoe ziet jullie toekomst eruit als je dit tempo en deze manier van leven doortrekt?

Manon: ‘We hopen dat we publiek aan ons weten te binden. Zo lang we het leuk vinden om te doen, het publiek komt en we het leuk hebben met elkaar, is het plan dat we dit ons hele leven blijven doen. We zijn bereid om veel in ons leven daarvoor te laten.’

Kevin: ‘Soms wel iets te veel. Als ik wakker word, zit werk meteen in mijn hoofd. Alles in mijn werk is ook verweven met het primaire leven. En ik neem dat leven soms veel te serieus, dat kan ik zelf wel inzien. Alleen weet ik bij vlagen niet hoe het anders moet. Doordat we de show op het laatste moment hebben omgegooid, ben ik het werk wel meer als een avontuur gaan zien. Dat betekent nog steeds dat ik in Schubbehut Aan Zee het decor sta te stomen omdat het ‘perfect’ moet en geen enkele kreukel in dat doek mag. Maar dat betekent ook dat we besluiten ‘s nachts dat hele eind niet meer terug te rijden, maar een hotelletje te boeken. Dat we lekker gaan borrelen, de volgende dag lunchen, nog een voorstelling bijwonen, zoals Stoornis Of My Life laatst, en dan weer terug. Het is knalhard werken samen, maar bij elkaar vinden we uiteindelijk ook het plezier en de rust.’

Bezoek de voorstelling!

Wil je de voorstelling bezoeken na het lezen van dit interview met Blauwe Vinkjes? Bekijk dan de speellijst van Poeha om te zien wanneer zij bij jou in de buurt spelen

Interview opgesteld door: Kim Palmaccio

Foto: Annemieke van der Togt

Social contact is de drijfkracht van Blauwe Vinkjes, ook in de voorstelling Poeha.